De of het kerstpacht?

Het juiste lidwoord is:

de kerstpacht

  • Meervoud: de kerstpachten
Betekenis (kerst) geld betaald op kerstavond voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar van is

Zo gebruik je kerstpacht

Met lidwoordde kerstpacht
Dit of dezedeze kerstpacht
Dat of diedie kerstpacht
Ons of onzeonze kerstpacht
Jouwjouw kerstpacht
Elk of elkeelke kerstpacht
Welk of welkewelke kerstpacht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kerstpacht, de grote kerstpacht
Meervoudde kerstpachten, deze kerstpachten

Voorbeeldzinnen met kerstpacht

  • De kerstpacht moest door alle boeren rond van het dorp betaald worden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).