De of het kerstkostuum?

Het juiste lidwoord is:

het kerstkostuum

  • Meervoud: de kerstkostuums
  • Verkleinwoord: het kerstkostuumpje
Regel Woorden op -um en -ium: meestal het. Bekijk de regel
Betekenis (kerst, kleding) een kostuum die met de kerstdagen gedragen wordt

Zo gebruik je kerstkostuum

Met lidwoordhet kerstkostuum
Dit of dezedit kerstkostuum
Dat of diedat kerstkostuum
Ons of onzeons kerstkostuum
Jouwjouw kerstkostuum
Elk of elkeelk kerstkostuum
Welk of welkewelk kerstkostuum?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kerstkostuum, het grote kerstkostuum
Meervoudde kerstkostuums, deze kerstkostuums

Voorbeeldzinnen met kerstkostuum

  • Met het kerstkostuum probeerde de vader opperbest eruit te zien.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).