De of het kerstkoor?

Het juiste lidwoord is:

het kerstkoor

  • Meervoud: de kerstkoren
  • Verkleinwoord: het kerstkoortje
Betekenis (kerst, muziek) een koor dat in de kerstperiode liederen ten gehore brengt

Zo gebruik je kerstkoor

Met lidwoordhet kerstkoor
Dit of dezedit kerstkoor
Dat of diedat kerstkoor
Ons of onzeons kerstkoor
Jouwjouw kerstkoor
Elk of elkeelk kerstkoor
Welk of welkewelk kerstkoor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kerstkoor, het grote kerstkoor
Meervoudde kerstkoren, deze kerstkoren

Voorbeeldzinnen met kerstkoor

  • Het kerstkoor zong haar liederen in het winkelcentrum.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).