De of het kerstkoek?

Het juiste lidwoord is:

de kerstkoek

  • Meervoud: de kerstkoeken
  • Verkleinwoord: het kerstkoekje
Betekenis (kerst, voeding) koekjes in kerststijl die met de kerstdagen gebakken worden

Zo gebruik je kerstkoek

Met lidwoordde kerstkoek
Dit of dezedeze kerstkoek
Dat of diedie kerstkoek
Ons of onzeonze kerstkoek
Jouwjouw kerstkoek
Elk of elkeelke kerstkoek
Welk of welkewelke kerstkoek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kerstkoek, de grote kerstkoek
Meervoudde kerstkoeken, deze kerstkoeken

Voorbeeldzinnen met kerstkoek

  • De kerstkoekjes waren rijkelijk versierd met veelkleurig glazuur.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).