De of het kersthuis?

Het juiste lidwoord is:

het kersthuis

  • Meervoud: de kersthuizen
  • Verkleinwoord: het kersthuisje
Betekenis 1. (kerst) een rijkelijk in kerstsfeer versierd huis, veelal voorzien van veel kerstverlichting 2. (kerst) een miniatuurhuisje als kerstdecoratie

Zo gebruik je kersthuis

Met lidwoordhet kersthuis
Dit of dezedit kersthuis
Dat of diedat kersthuis
Ons of onzeons kersthuis
Jouwjouw kersthuis
Elk of elkeelk kersthuis
Welk of welkewelk kersthuis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kersthuis, het grote kersthuis
Meervoudde kersthuizen, deze kersthuizen

Voorbeeldzinnen met kersthuis

  • De verlichting van het kersthuis vond plaats met 10.000 lampjes.
  • Naast de kerststal stonden meerdere kersthuisjes.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).