De of het kerstengel?

Het juiste lidwoord is:

de kerstengel

  • Meervoud: de kerstengelen
  • Verkleinwoord: het kerstengeltje
Betekenis 1. (kerst) een engel die aanwezig zou zijn geweest bij de geboorte van Jezus 2. (kerst) kerstversiering in de vorm van een engel vaak ter versiering aangebracht bij een kerststal

Zo gebruik je kerstengel

Met lidwoordde kerstengel
Dit of dezedeze kerstengel
Dat of diedie kerstengel
Ons of onzeonze kerstengel
Jouwjouw kerstengel
Elk of elkeelke kerstengel
Welk of welkewelke kerstengel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kerstengel, de grote kerstengel
Meervoudde kerstengelen, deze kerstengelen

Voorbeeldzinnen met kerstengel

  • Bovenop het dak van de kerststal werd een beeldje van een kerstengel geplaatst.
  • Als sluitstuk werd op de top van de kerstboom de kerstengel geplaatst.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).