De of het kerkmusicus?

Het juiste lidwoord is:

de kerkmusicus

  • Meervoud: de kerkmusici
Betekenis (muziek, beroep) iemand die voor zijn beroep de muziek tijdens kerkdienst speelt

Zo gebruik je kerkmusicus

Met lidwoordde kerkmusicus
Dit of dezedeze kerkmusicus
Dat of diedie kerkmusicus
Ons of onzeonze kerkmusicus
Jouwjouw kerkmusicus
Elk of elkeelke kerkmusicus
Welk of welkewelke kerkmusicus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kerkmusicus, de grote kerkmusicus
Meervoudde kerkmusici, deze kerkmusici

Voorbeeldzinnen met kerkmusicus

  • Op woensdag 15 mei geven kerkmusicus Evan Bogerd en bariton Karel Bogerd een lunchconcert.
  • Naast zijn werk als dirigent en kerkmusicus, was hij ook als docent actief.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).