De of het kerkleider?

Het juiste lidwoord is:

de kerkleider

  • Meervoud: de kerkleiders
Betekenis (religie) persoon die een leidende functie binnen een kerkgenootschap heeft

Zo gebruik je kerkleider

Met lidwoordde kerkleider
Dit of dezedeze kerkleider
Dat of diedie kerkleider
Ons of onzeonze kerkleider
Jouwjouw kerkleider
Elk of elkeelke kerkleider
Welk of welkewelke kerkleider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kerkleider, de grote kerkleider
Meervoudde kerkleiders, deze kerkleiders

Voorbeeldzinnen met kerkleider

  • Kerkleider Orlando B.
  • De Italiaanse paus Paulus VI, die kerkleider was van 1963 tot 1978, werd vooral bekend door zijn encycliek (een pauselijk document) 'Humanae Vitae' uit 1968.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).