De of het kerkgoed?

Het juiste lidwoord is:

het kerkgoed

Betekenis (religie) eigendommen van een kerkgemeenschap

Zo gebruik je kerkgoed

Met lidwoordhet kerkgoed
Dit of dezedit kerkgoed
Dat of diedat kerkgoed
Ons of onzeons kerkgoed
Jouwjouw kerkgoed
Elk of elkeelk kerkgoed
Welk of welkewelk kerkgoed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kerkgoed, het grote kerkgoed

Voorbeeldzinnen met kerkgoed

  • Moet de inventaris van het kerkgoed mee naar de belastingdienst?

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).