De of het karrad?

Het juiste lidwoord is:

het karrad

  • Meervoud: de karraderen
  • Verkleinwoord: het karradje
Betekenis wagenwiel, karrenwiel

Zo gebruik je karrad

Met lidwoordhet karrad
Dit of dezedit karrad
Dat of diedat karrad
Ons of onzeons karrad
Jouwjouw karrad
Elk of elkeelk karrad
Welk of welkewelk karrad?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot karrad, het grote karrad
Meervoudde karraderen, deze karraderen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).