De of het kantoorpersoneel?

Het juiste lidwoord is:

het kantoorpersoneel

Betekenis (economie) mensen die in loondienst administratieve werkzaamheden op een kantoor verrichten

Zo gebruik je kantoorpersoneel

Met lidwoordhet kantoorpersoneel
Dit of dezedit kantoorpersoneel
Dat of diedat kantoorpersoneel
Ons of onzeons kantoorpersoneel
Jouwjouw kantoorpersoneel
Elk of elkeelk kantoorpersoneel
Welk of welkewelk kantoorpersoneel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kantoorpersoneel, het grote kantoorpersoneel

Voorbeeldzinnen met kantoorpersoneel

  • De test werd preventief afgenomen in aanloop naar het eerstvolgende duel, zoals NEC dat bij de selectiespelers …
  • De NS zijn momenteel ten einde raad, en overwegen de reizigers afvalzakken te geven, of om kantoorpersoneel in te zetten voor de schoonmaak van de treinstellen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).