De of het kanter?

Het juiste lidwoord is:

de kanter

  • Meervoud: de kanters
  • Verkleinwoord: het kantertje
Betekenis (beroep) iemand die kant ((stenen) recht hakt)

Zo gebruik je kanter

Met lidwoordde kanter
Dit of dezedeze kanter
Dat of diedie kanter
Ons of onzeonze kanter
Jouwjouw kanter
Elk of elkeelke kanter
Welk of welkewelke kanter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kanter, de grote kanter
Meervoudde kanters, deze kanters

Woorden die beginnen met kanter

kanterkaas

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).