De of het kanswoord?

Het juiste lidwoord is:

het kanswoord

  • Meervoud: de kanswoorden
Betekenis (taalkunde) term waarmee in een uitspraak de mate van zekerheid wordt uitgedrukt

Zo gebruik je kanswoord

Met lidwoordhet kanswoord
Dit of dezedit kanswoord
Dat of diedat kanswoord
Ons of onzeons kanswoord
Jouwjouw kanswoord
Elk of elkeelk kanswoord
Welk of welkewelk kanswoord?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kanswoord, het grote kanswoord
Meervoudde kanswoorden, deze kanswoorden

Voorbeeldzinnen met kanswoord

  • Vooral in gesprekken gebruiken we daarom vaak kanswoorden (onwaarschijnlijk, grote kans, misschien) of frequentiewoorden (vaak, nooit, meestal).
  • Bij bepaling van de intensiteit van een kanswoord zouden dan ook niet één maar twee getallen moeten worden toegekend …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).