De of het kaartlezer?

Het juiste lidwoord is:

de kaartlezer

  • Meervoud: de kaartlezers
  • Verkleinwoord: het kaartlezertje
Betekenis toestel dat de (gecodeerde) informatie die op een kaart staat kan lezen

Zo gebruik je kaartlezer

Met lidwoordde kaartlezer
Dit of dezedeze kaartlezer
Dat of diedie kaartlezer
Ons of onzeonze kaartlezer
Jouwjouw kaartlezer
Elk of elkeelke kaartlezer
Welk of welkewelke kaartlezer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kaartlezer, de grote kaartlezer
Meervoudde kaartlezers, deze kaartlezers

Voorbeeldzinnen met kaartlezer

  • Het saldo op de ov-chipkaart is met een programma en een kaartlezer van 30 euro eenvoudig te manipuleren. En geen conducteur die het merkt.
  • Een internationale criminele organisatie zou op grote schaal hebben geknoeid met kaartlezers die klanten nodig hebben om te internetbankieren in filialen van de bank.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).