De of het juicher?

Het juiste lidwoord is:

de juicher

  • Meervoud: de juichers
  • Verkleinwoord: het juichertje
Betekenis iemand die zijn vreugde, enthousiasme, of goedkeuring uit met luide, vrolijke geluiden, zoals roepen of schreeuwen, vaak in een groep, zoals bij een sportwedstrijd of een feestelijke gebeurtenis.

Zo gebruik je juicher

Met lidwoordde juicher
Dit of dezedeze juicher
Dat of diedie juicher
Ons of onzeonze juicher
Jouwjouw juicher
Elk of elkeelke juicher
Welk of welkewelke juicher?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote juicher, de grote juicher
Meervoudde juichers, deze juichers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).