De of het journalistenjargon?

Het juiste lidwoord is:

het journalistenjargon

Betekenis het typische taalgebruik van verslaggevers

Zo gebruik je journalistenjargon

Met lidwoordhet journalistenjargon
Dit of dezedit journalistenjargon
Dat of diedat journalistenjargon
Ons of onzeons journalistenjargon
Jouwjouw journalistenjargon
Elk of elkeelk journalistenjargon
Welk of welkewelk journalistenjargon?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot journalistenjargon, het grote journalistenjargon

Voorbeeldzinnen met journalistenjargon

  • Zo was Poulettes snedige journalistenjargon nu eenmaal en je moest niet lichtgeraakt zijn in haar gezelschap.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).