De of het jeanskoper?

Het juiste lidwoord is:

de jeanskoper

  • Meervoud: de jeanskopers
Betekenis persoon die spijkerbroeken koopt

Zo gebruik je jeanskoper

Met lidwoordde jeanskoper
Dit of dezedeze jeanskoper
Dat of diedie jeanskoper
Ons of onzeonze jeanskoper
Jouwjouw jeanskoper
Elk of elkeelke jeanskoper
Welk of welkewelke jeanskoper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote jeanskoper, de grote jeanskoper
Meervoudde jeanskopers, deze jeanskopers

Voorbeeldzinnen met jeanskoper

  • Toen ze betoogde dat ze later nog een vervolgcampagne konden opzetten, met echte jeanskopers die zichzelf als gutmensch betitelden, werd aan de andere kant geapplaudisseerd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).