De of het interlocuteur?

Het juiste lidwoord is:

de interlocuteur

  • Meervoud: de interlocuteurs
Betekenis iemand waarmee men spreekt

Zo gebruik je interlocuteur

Met lidwoordde interlocuteur
Dit of dezedeze interlocuteur
Dat of diedie interlocuteur
Ons of onzeonze interlocuteur
Jouwjouw interlocuteur
Elk of elkeelke interlocuteur
Welk of welkewelke interlocuteur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote interlocuteur, de grote interlocuteur
Meervoudde interlocuteurs, deze interlocuteurs

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).