De of het instructor?

Het juiste lidwoord is:

de instructor

  • Meervoud: de instructoren / instructors
Betekenis (beroep) persoon die instructies geeft over een bepaalde praktische vaardigheid

Zo gebruik je instructor

Met lidwoordde instructor
Dit of dezedeze instructor
Dat of diedie instructor
Ons of onzeonze instructor
Jouwjouw instructor
Elk of elkeelke instructor
Welk of welkewelke instructor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote instructor, de grote instructor
Meervoudde instructoren, deze instructoren

Voorbeeldzinnen met instructor

  • De film Bike Instructor, die vanmiddag in première is gegaan, moet ervoor zorgen dat de fietsende toerist in Amsterdam voortaan goed voorbereid de weg op gaat.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).