De of het insteker?

Het juiste lidwoord is:

de insteker

  • Meervoud: de instekers
  • Verkleinwoord: het instekertje
Betekenis 1. persoon die iets insteekt 2. voorwerp waarmee men kan insteken

Zo gebruik je insteker

Met lidwoordde insteker
Dit of dezedeze insteker
Dat of diedie insteker
Ons of onzeonze insteker
Jouwjouw insteker
Elk of elkeelke insteker
Welk of welkewelke insteker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote insteker, de grote insteker
Meervoudde instekers, deze instekers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).