De of het inrichtingswerker?

Het juiste lidwoord is:

de inrichtingswerker

  • Meervoud: de inrichtingswerkers
  • Verkleinwoord: het inrichtingswerkertje
Betekenis 1. (beroep) persoon die werkt in een instelling waarin patiënten voor langere tijd zijn opgenomen 2. (beroep) persoon die werkt in een gevangenis

Zo gebruik je inrichtingswerker

Met lidwoordde inrichtingswerker
Dit of dezedeze inrichtingswerker
Dat of diedie inrichtingswerker
Ons of onzeonze inrichtingswerker
Jouwjouw inrichtingswerker
Elk of elkeelke inrichtingswerker
Welk of welkewelke inrichtingswerker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote inrichtingswerker, de grote inrichtingswerker
Meervoudde inrichtingswerkers, deze inrichtingswerkers

Voorbeeldzinnen met inrichtingswerker

  • De ontslagen vrouw was volgens de bron een penitentiaire-inrichtingswerker, die verantwoordelijk was voor de bewaring en beveiliging van gedetineerden.
  • Bewaarder Steven, die inrichtingswerker is en moet zorgen voor orde en rust, zegt: "Gedetineerden hebben aandacht nodig, er zijn er veel met gedragsproblemen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).