De of het inklaarder?

Het juiste lidwoord is:

de inklaarder

  • Meervoud: de inklaarders
Betekenis (beroep) iemand die douaneformaliteiten vervult voor in te voeren goederen

Zo gebruik je inklaarder

Met lidwoordde inklaarder
Dit of dezedeze inklaarder
Dat of diedie inklaarder
Ons of onzeonze inklaarder
Jouwjouw inklaarder
Elk of elkeelke inklaarder
Welk of welkewelke inklaarder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote inklaarder, de grote inklaarder
Meervoudde inklaarders, deze inklaarders

Voorbeeldzinnen met inklaarder

  • Twee van de aangehouden personen werken bij de douane, een derde is inklaarder en vervult douaneformaliteiten voor in te voeren goederen. De politie zoekt nog een twaalfde verdachte.
  • Franken werd geboren in het Noord-Brabantse Zundert als dochter van Piet Franken en Ria Verheugt. De vader was inklaarder was bij de douane aan de Belgische grens en haar moeder verpleegkundige.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).