De of het inbouwapparatuur?

Het juiste lidwoord is:

de inbouwapparatuur

Betekenis toestellen die in een groter geheel zijn opgenomen en dus niet losstaand zijn

Zo gebruik je inbouwapparatuur

Met lidwoordde inbouwapparatuur
Dit of dezedeze inbouwapparatuur
Dat of diedie inbouwapparatuur
Ons of onzeonze inbouwapparatuur
Jouwjouw inbouwapparatuur
Elk of elkeelke inbouwapparatuur
Welk of welkewelke inbouwapparatuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote inbouwapparatuur, de grote inbouwapparatuur

Voorbeeldzinnen met inbouwapparatuur

  • De inbouwapparatuur valt tegen door slechte autoverkopen en het bedrijf verkoopt minder losse navigatiekastjes.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).