De of het ijshockeyspeler?

Het juiste lidwoord is:

de ijshockeyspeler

  • Meervoud: de ijshockeyspelers
Betekenis (sport) sporter die in een ijshockeyteam speelt

Zo gebruik je ijshockeyspeler

Met lidwoordde ijshockeyspeler
Dit of dezedeze ijshockeyspeler
Dat of diedie ijshockeyspeler
Ons of onzeonze ijshockeyspeler
Jouwjouw ijshockeyspeler
Elk of elkeelke ijshockeyspeler
Welk of welkewelke ijshockeyspeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ijshockeyspeler, de grote ijshockeyspeler
Meervoudde ijshockeyspelers, deze ijshockeyspelers

Voorbeeldzinnen met ijshockeyspeler

  • Soms worden ijshockeyspelers zo fanatiek dat er gevechten uitbreken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).