De of het ijshockeyer?

Het juiste lidwoord is:

de ijshockeyer

  • Meervoud: de ijshockeyers
  • Verkleinwoord: het ijshockeyertje
Betekenis (sport) iemand die ijshockey speelt

Zo gebruik je ijshockeyer

Met lidwoordde ijshockeyer
Dit of dezedeze ijshockeyer
Dat of diedie ijshockeyer
Ons of onzeonze ijshockeyer
Jouwjouw ijshockeyer
Elk of elkeelke ijshockeyer
Welk of welkewelke ijshockeyer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ijshockeyer, de grote ijshockeyer
Meervoudde ijshockeyers, deze ijshockeyers

Voorbeeldzinnen met ijshockeyer

  • Daar wonnen de Russische ijshockeyers goud onder neutrale vlag.
  • Voormalig ijshockeyer Berteling ontvangt prestigieuze oeuvreprijs: De internationale ijshockeybond IIHF heeft Ron Berteling onderscheiden met de Torriani Award.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).