De of het ijsbout?

Het juiste lidwoord is:

de ijsbout

  • Meervoud: de ijsbouten
Betekenis (voeding) soort winterstoofpeer

Zo gebruik je ijsbout

Met lidwoordde ijsbout
Dit of dezedeze ijsbout
Dat of diedie ijsbout
Ons of onzeonze ijsbout
Jouwjouw ijsbout
Elk of elkeelke ijsbout
Welk of welkewelke ijsbout?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ijsbout, de grote ijsbout
Meervoudde ijsbouten, deze ijsbouten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).