De of het ib?

Het juiste lidwoord is:

de ib

Betekenis (economie) heffing van de overheid, waarbij inwoners een deel van hun inkomen aan de staat moeten afdragen

Zo gebruik je ib

Met lidwoordde ib
Dit of dezedeze ib
Dat of diedie ib
Ons of onzeonze ib
Jouwjouw ib
Elk of elkeelke ib
Welk of welkewelke ib?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ib, de grote ib

Voorbeeldzinnen met ib

  • Voor lage winstinkomens is vaak de belastingdruk binnen de ib vanwege onder meer de zelfstandigenaftrek zo laag dat een vennootschap fiscaal gezien geen aantrekkelijke optie is.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).