De of het huurschuld?

Het juiste lidwoord is:

de huurschuld

  • Meervoud: de huurschulden
Betekenis geld dat men al had moeten betalen voor het huren van iets maar wat men nog niet gedaan heeft

Zo gebruik je huurschuld

Met lidwoordde huurschuld
Dit of dezedeze huurschuld
Dat of diedie huurschuld
Ons of onzeonze huurschuld
Jouwjouw huurschuld
Elk of elkeelke huurschuld
Welk of welkewelke huurschuld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote huurschuld, de grote huurschuld
Meervoudde huurschulden, deze huurschulden

Voorbeeldzinnen met huurschuld

  • De huurschuld was opgelopen tot 12.000 euro.
  • Met het geld dat de rapper en z'n vriendin via de meisjes binnenkregen, wilden ze een huurschuld aflossen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).