De of het huurbetaler?

Het juiste lidwoord is:

de huurbetaler

  • Meervoud: de huurbetalers
Betekenis iemand die een ruimte huurt en daarvoor huur moet betalen aan de verhuurder

Zo gebruik je huurbetaler

Met lidwoordde huurbetaler
Dit of dezedeze huurbetaler
Dat of diedie huurbetaler
Ons of onzeonze huurbetaler
Jouwjouw huurbetaler
Elk of elkeelke huurbetaler
Welk of welkewelke huurbetaler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote huurbetaler, de grote huurbetaler
Meervoudde huurbetalers, deze huurbetalers

Voorbeeldzinnen met huurbetaler

  • Ze hadden zich er een heleboel op hun hals gehaald toen ze meer dan vier jaar geleden hun industriële bezittingen verruilden voor een onroerendgoedarsenaal met tienduizenden onwillige huurbetalers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).