De of het huizenkoper?

Het juiste lidwoord is:

de huizenkoper

  • Meervoud: de huizenkopers
Betekenis iemand die door het betalen van geld eigenaar wordt van een woning

Zo gebruik je huizenkoper

Met lidwoordde huizenkoper
Dit of dezedeze huizenkoper
Dat of diedie huizenkoper
Ons of onzeonze huizenkoper
Jouwjouw huizenkoper
Elk of elkeelke huizenkoper
Welk of welkewelke huizenkoper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote huizenkoper, de grote huizenkoper
Meervoudde huizenkopers, deze huizenkopers

Voorbeeldzinnen met huizenkoper

  • "Het is een erg transparant systeem", zegt econoom Høegh. "De huizenkoper kan in de krant lezen wat de rente vandaag is en wat dat voor hun hypotheek betekent."
  • De inflatie bepaalt ook het beleid van de centrale bank, dat weer van invloed is op hoeveel rente een huizenkoper betaalt voor een hypotheek.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).