De of het huisvester?

Het juiste lidwoord is:

de huisvester

  • Meervoud: de huisvesters
Betekenis persoon of organisatie die zorgt voor het aanbieden en beheren van woonruimte

Zo gebruik je huisvester

Met lidwoordde huisvester
Dit of dezedeze huisvester
Dat of diedie huisvester
Ons of onzeonze huisvester
Jouwjouw huisvester
Elk of elkeelke huisvester
Welk of welkewelke huisvester?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote huisvester, de grote huisvester
Meervoudde huisvesters, deze huisvesters

Voorbeeldzinnen met huisvester

  • In Horst aan de Maas hebben huisvesters deze zomer al een crisisplek gerealiseerd voor arbeidsmigranten die op straat dreigen te belanden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).