De of het huisleverancier?

Het juiste lidwoord is:

de huisleverancier

  • Meervoud: de huisleveranciers
Betekenis (economie) bedrijf dat vaste diensten of producten levert aan een specifiek bedrijf, of huishouden

Zo gebruik je huisleverancier

Met lidwoordde huisleverancier
Dit of dezedeze huisleverancier
Dat of diedie huisleverancier
Ons of onzeonze huisleverancier
Jouwjouw huisleverancier
Elk of elkeelke huisleverancier
Welk of welkewelke huisleverancier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote huisleverancier, de grote huisleverancier
Meervoudde huisleveranciers, deze huisleveranciers

Voorbeeldzinnen met huisleverancier

  • Veel senioren bestellen elders eten omdat ze het eten van de huisleverancier niet lekker vinden.
  • Het is een methode om bijvoorbeeld de huisleverancier binnen te halen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).