De of het huishoudwerkloosheid?

Het juiste lidwoord is:

de huishoudwerkloosheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis werkloosheid bij alle leden van een huishouding

Zo gebruik je huishoudwerkloosheid

Met lidwoordde huishoudwerkloosheid
Dit of dezedeze huishoudwerkloosheid
Dat of diedie huishoudwerkloosheid
Ons of onzeonze huishoudwerkloosheid
Jouwjouw huishoudwerkloosheid
Elk of elkeelke huishoudwerkloosheid
Welk of welkewelke huishoudwerkloosheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote huishoudwerkloosheid, de grote huishoudwerkloosheid

Voorbeeldzinnen met huishoudwerkloosheid

  • Op het vlak van de zogenaamde huishoudwerkloosheid scoort België veel slechter dan wat individuele werkloosheid betreft.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).