De of het huishoudbudget?

Het juiste lidwoord is:

het huishoudbudget

  • Meervoud: de huishoudbudgets / huishoudbudgetten
  • Verkleinwoord: het huishoudbudgetje
Betekenis geld dat beschikbaar is voor huishoudelijke uitgaven zoals voeding, zelfverzorging, schoonmaakmiddelen en kleding

Zo gebruik je huishoudbudget

Met lidwoordhet huishoudbudget
Dit of dezedit huishoudbudget
Dat of diedat huishoudbudget
Ons of onzeons huishoudbudget
Jouwjouw huishoudbudget
Elk of elkeelk huishoudbudget
Welk of welkewelk huishoudbudget?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot huishoudbudget, het grote huishoudbudget
Meervoudde huishoudbudgets, deze huishoudbudgets

Voorbeeldzinnen met huishoudbudget

  • Bij 12 procent van de jongeren in Nederland is het huishoudbudget te krap.
  • Vrouwen nemen namelijk de meeste beslissingen over het huishoudbudget.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).