De of het huishoen?

Het juiste lidwoord is:

het huishoen

  • Meervoud: de huishoenders / huishoenderen
  • Verkleinwoord: het huishoentje
Betekenis (hoendervogels) zeer bekende, door de mens gedomesticeerde vogelsoort, Gallus gallus domesticus uit de familie van hoenders …

Zo gebruik je huishoen

Met lidwoordhet huishoen
Dit of dezedit huishoen
Dat of diedat huishoen
Ons of onzeons huishoen
Jouwjouw huishoen
Elk of elkeelk huishoen
Welk of welkewelk huishoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot huishoen, het grote huishoen
Meervoudde huishoenders, deze huishoenders

Voorbeeldzinnen met huishoen

  • Zij schrijft op pagina 63 dat het huishoen werd vetgemest in een kooi met twee kleppen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).