De of het houtvlotter?

Het juiste lidwoord is:

de houtvlotter

  • Meervoud: de houtvlotters
Betekenis (beroep, scheepvaart) bestuurder van een vaartuig dat bestaat uit bijeengebonden stammen

Zo gebruik je houtvlotter

Met lidwoordde houtvlotter
Dit of dezedeze houtvlotter
Dat of diedie houtvlotter
Ons of onzeonze houtvlotter
Jouwjouw houtvlotter
Elk of elkeelke houtvlotter
Welk of welkewelke houtvlotter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote houtvlotter, de grote houtvlotter
Meervoudde houtvlotters, deze houtvlotters

Voorbeeldzinnen met houtvlotter

  • Niet dat zijn ambities nu zo ver reiken: hij wil de beste houtvlotter worden: een man die op de samengebonden boomstammen stroomafwaarts vaart …
  • In Rotterdam waren het lantaarnschoonmakers, houtvlotters, bouwvakkers en dienstbodes.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).