De of het houtdeel?

Het juiste lidwoord is:

het houtdeel

  • Meervoud: de houtdelen
  • Verkleinwoord: het houtdeeltje
Betekenis een stuk(je) hout

Zo gebruik je houtdeel

Met lidwoordhet houtdeel
Dit of dezedit houtdeel
Dat of diedat houtdeel
Ons of onzeons houtdeel
Jouwjouw houtdeel
Elk of elkeelk houtdeel
Welk of welkewelk houtdeel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot houtdeel, het grote houtdeel
Meervoudde houtdelen, deze houtdelen

Voorbeeldzinnen met houtdeel

  • Het huis brak door de aanrijding in stukken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).