De of het hoteluitbater?

Het juiste lidwoord is:

de hoteluitbater

  • Meervoud: de hoteluitbaters
  • Verkleinwoord: het hoteluitbatertje
Betekenis (beroep, horeca) persoon die een hotel exploiteert

Zo gebruik je hoteluitbater

Met lidwoordde hoteluitbater
Dit of dezedeze hoteluitbater
Dat of diedie hoteluitbater
Ons of onzeonze hoteluitbater
Jouwjouw hoteluitbater
Elk of elkeelke hoteluitbater
Welk of welkewelke hoteluitbater?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hoteluitbater, de grote hoteluitbater
Meervoudde hoteluitbaters, deze hoteluitbaters

Voorbeeldzinnen met hoteluitbater

  • Zijn opponent Jónsson werkte eerder op de beurs van Wall Street en was hoteluitbater. Hij liet zich in eerdere interviews positief uit over de Amerikaanse president Trump.
  • Harald Müller van Inter Ikea zei eerder deze week al tegen de Frankfurter Allgemeine dat het bedrijf in gesprek is met verschillende hoteluitbaters om het Ikea-concept te implementeren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).