De of het hotelgezin?

Het juiste lidwoord is:

het hotelgezin

  • Meervoud: de hotelgezinnen
Betekenis 1. gezin waarvan de leden zo druk zijn dat ze geen tijd meer hebben voor gemeenschappelijke activiteiten 2. gezin waar de kinderen niet zelfstandig gaan wonen als ze al ouder zijn en door de ouders verzorgd blijven worden

Zo gebruik je hotelgezin

Met lidwoordhet hotelgezin
Dit of dezedit hotelgezin
Dat of diedat hotelgezin
Ons of onzeons hotelgezin
Jouwjouw hotelgezin
Elk of elkeelk hotelgezin
Welk of welkewelk hotelgezin?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot hotelgezin, het grote hotelgezin
Meervoudde hotelgezinnen, deze hotelgezinnen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).