De of het hoteldirecteur?

Het juiste lidwoord is:

de hoteldirecteur

  • Meervoud: de hoteldirecteurs / hoteldirecteuren
Betekenis 1. eigenaar van een hotel 2. (beroep) iemand die een hotel leidt

Zo gebruik je hoteldirecteur

Met lidwoordde hoteldirecteur
Dit of dezedeze hoteldirecteur
Dat of diedie hoteldirecteur
Ons of onzeonze hoteldirecteur
Jouwjouw hoteldirecteur
Elk of elkeelke hoteldirecteur
Welk of welkewelke hoteldirecteur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hoteldirecteur, de grote hoteldirecteur
Meervoudde hoteldirecteurs, deze hoteldirecteurs

Voorbeeldzinnen met hoteldirecteur

  • Die overwerkte hoteldirecteur. Laat hij het toch rustig aan doen. Laat iedereen het in 's hemelsnaam wat rustiger aan doen hier.
  • Onlangs kwam hij een hoteldirecteur tegen die indertijd bij die lezing aanwezig was.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).