De of het hoteldief?

Het juiste lidwoord is:

de hoteldief

  • Meervoud: de hoteldieven
Betekenis misdadiger die bezittingen van hotelgasten steelt

Zo gebruik je hoteldief

Met lidwoordde hoteldief
Dit of dezedeze hoteldief
Dat of diedie hoteldief
Ons of onzeonze hoteldief
Jouwjouw hoteldief
Elk of elkeelke hoteldief
Welk of welkewelke hoteldief?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hoteldief, de grote hoteldief
Meervoudde hoteldieven, deze hoteldieven

Voorbeeldzinnen met hoteldief

  • Een bediende vroeg of ik een kamer wilde. Het was makkelijk om ja te zeggen. Het was tè makkelijk; als een op heterdaad betrapte hoteldief zocht ik een uitvlucht, ik vroeg naar “mevrouw Lacombe”.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).