De of het hotelbranche?

Het juiste lidwoord is:

de hotelbranche

  • Meervoud: de hotelbranches
Betekenis (economie, toerisme) alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het houden van hotels

Zo gebruik je hotelbranche

Met lidwoordde hotelbranche
Dit of dezedeze hotelbranche
Dat of diedie hotelbranche
Ons of onzeonze hotelbranche
Jouwjouw hotelbranche
Elk of elkeelke hotelbranche
Welk of welkewelke hotelbranche?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hotelbranche, de grote hotelbranche
Meervoudde hotelbranches, deze hotelbranches

Voorbeeldzinnen met hotelbranche

  • Volgens Van Weyenbergh ging het voor 22 maart al niet zo goed met de Brusselse hotelbranche. Na de aanslagen in Parijs en de eerdere lockdown van de stad was het aantal boekingen al teruggelopen.
  • Een meevaller voor de hotelbranche: na een mager 2012 zijn er in 2013 weer meer hotelkamers geboekt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).