De of het horecapersoneel?

Het juiste lidwoord is:

het horecapersoneel

Betekenis de mensen die in loondienst werken in een horecaonderneming

Zo gebruik je horecapersoneel

Met lidwoordhet horecapersoneel
Dit of dezedit horecapersoneel
Dat of diedat horecapersoneel
Ons of onzeons horecapersoneel
Jouwjouw horecapersoneel
Elk of elkeelk horecapersoneel
Welk of welkewelk horecapersoneel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot horecapersoneel, het grote horecapersoneel

Voorbeeldzinnen met horecapersoneel

  • Volgens de FNV wordt werken in de horeca steeds onaantrekkelijker en moet daar iets aan gedaan worden …
  • Horecapersoneel meldt zich nauwelijks ziek.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).