De of het horeca-exploitant?

Het juiste lidwoord is:

de horeca-exploitant

  • Meervoud: de horeca-exploitanten
Betekenis (beroep, economie, horeca) eigenaar van een uitgaans gelegenheid

Zo gebruik je horeca-exploitant

Met lidwoordde horeca-exploitant
Dit of dezedeze horeca-exploitant
Dat of diedie horeca-exploitant
Ons of onzeonze horeca-exploitant
Jouwjouw horeca-exploitant
Elk of elkeelke horeca-exploitant
Welk of welkewelke horeca-exploitant?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote horeca-exploitant, de grote horeca-exploitant
Meervoudde horeca-exploitanten, deze horeca-exploitanten

Voorbeeldzinnen met horeca-exploitant

  • Horeca-exploitant op Schiphol groeit als kool: Reizigers en bezoekers van Schiphol geven steeds meer uit aan eten en drinken.
  • De gemeente spreekt van een patroon waaruit blijkt dat hij zijn alcoholgebruik niet onder controle heeft en zijn verantwoordelijkheden als horeca-exploitant niet nakomt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).