De of het hoofdbewoner?

Het juiste lidwoord is:

de hoofdbewoner

  • Meervoud: de hoofdbewoners
Betekenis 1. voornaamste bewoner, eigenaar of huurder van een woning 2. belangrijkste gebruiker van een pand

Zo gebruik je hoofdbewoner

Met lidwoordde hoofdbewoner
Dit of dezedeze hoofdbewoner
Dat of diedie hoofdbewoner
Ons of onzeonze hoofdbewoner
Jouwjouw hoofdbewoner
Elk of elkeelke hoofdbewoner
Welk of welkewelke hoofdbewoner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hoofdbewoner, de grote hoofdbewoner
Meervoudde hoofdbewoners, deze hoofdbewoners

Voorbeeldzinnen met hoofdbewoner

  • Verder noemen gemeenten mantelzorg, iemand die net uit detentie komt, psychische of andere medische problemen van medebewoners …
  • De PvdA speculeert in de regionale krant De Stentor dat er mogelijk geen onderscheid is gemaakt tussen hoofdbewoners en andere gezinsleden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).