De of het honneurs?

Het juiste lidwoord is:

de honneurs

  • Meervoud: de honneurs

Zo gebruik je honneurs

Met lidwoordde honneurs
Dit of dezedeze honneurs
Dat of diedie honneurs
Ons of onzeonze honneurs
Jouwjouw honneurs
Elk of elkeelke honneurs
Welk of welkewelke honneurs?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote honneurs, de grote honneurs
Meervoudde honneurs, deze honneurs

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).