De of het hondenlul?

Het juiste lidwoord is:

de hondenlul

  • Meervoud: de hondenlullen
  • Verkleinwoord: het hondenlulletje
Betekenis 1. de penis van een hond 2. (scheldwoord) scheldwoord, in het bijzonder voor voetbalscheidsrechters

Zo gebruik je hondenlul

Met lidwoordde hondenlul
Dit of dezedeze hondenlul
Dat of diedie hondenlul
Ons of onzeonze hondenlul
Jouwjouw hondenlul
Elk of elkeelke hondenlul
Welk of welkewelke hondenlul?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hondenlul, de grote hondenlul
Meervoudde hondenlullen, deze hondenlullen

Voorbeeldzinnen met hondenlul

  • nadat een voetballer (op 7 december 1969) een scheidsrechter hondenlul had genoemd, was de kreet 'hi ha hondenlul' tientallen jaren zeer geliefd onder voetbalsupporters

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).