De of het hondenhok?

Het juiste lidwoord is:

het hondenhok

  • Meervoud: de hondenhokken
  • Verkleinwoord: het hondenhokje
Betekenis 1. overdekte verblijfplaats voor één (waak)hond 2. (figuurlijk) een klein verblijf van slechte kwaliteit

Zo gebruik je hondenhok

Met lidwoordhet hondenhok
Dit of dezedit hondenhok
Dat of diedat hondenhok
Ons of onzeons hondenhok
Jouwjouw hondenhok
Elk of elkeelk hondenhok
Welk of welkewelk hondenhok?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot hondenhok, het grote hondenhok
Meervoudde hondenhokken, deze hondenhokken

Voorbeeldzinnen met hondenhok

  • Het hondenhok is nieuw.
  • Dit hondenhok is door Tom gebouwd.
  • Onze hond zit in zijn hondenhok.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).