De of het hondenbezitter?

Het juiste lidwoord is:

de hondenbezitter

  • Meervoud: de hondenbezitters
  • Verkleinwoord: het hondenbezittertje
Betekenis persoon die een hond heeft

Zo gebruik je hondenbezitter

Met lidwoordde hondenbezitter
Dit of dezedeze hondenbezitter
Dat of diedie hondenbezitter
Ons of onzeonze hondenbezitter
Jouwjouw hondenbezitter
Elk of elkeelke hondenbezitter
Welk of welkewelke hondenbezitter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hondenbezitter, de grote hondenbezitter
Meervoudde hondenbezitters, deze hondenbezitters

Voorbeeldzinnen met hondenbezitter

  • De hondenbezitters die hun hond naar de kant trokken, of diegenen die demonstratief in groepjes voor de avondwinkel hun biertje stonden te drinken?
  • Een hondenbezitter die zijn dier zou hebben aangeboden voor het misbruik, werd gisteren aangehouden in Midden-Nederland.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).