De of het homejacker?

Het juiste lidwoord is:

de homejacker

  • Meervoud: de homejackers
Betekenis misdadiger die mensen in hun eigen huis berooft

Zo gebruik je homejacker

Met lidwoordde homejacker
Dit of dezedeze homejacker
Dat of diedie homejacker
Ons of onzeonze homejacker
Jouwjouw homejacker
Elk of elkeelke homejacker
Welk of welkewelke homejacker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote homejacker, de grote homejacker
Meervoudde homejackers, deze homejackers

Voorbeeldzinnen met homejacker

  • De homejackers waren op zoek naar drugsgeld dat Aquino er in de tuin begraven zou hebben.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).